ZO en MO – de afronding

07 mrt ZO en MO – de afronding

Christine was in 2014 betrokken bij een auto-ongeluk dat haar leven ingrijpend veranderde. In het verhaal van Christine deelt Christine elke 2 maanden als vervolgverhaal de gebeurtenissen na haar ongeluk.

ZO en MO – de afronding

Na de WIA-keuring ging mijn belangenbehartiger aan de slag om de financiële gevolgen van het ongeluk definitief in kaart te brengen. Over hoeveel financiële middelen zou ik Zonder Ongeluk (ZO) de rest van mijn leven hebben kunnen beschikken, uitgaande van de gemiddelde levensverwachting? Hoeveel pensioen zou ik nog hebben opgebouwd?

En hoe zag het financiële plaatje er Met Ongeluk (MO) uit? Geen leuk salaris meer met een eindejaarsuitkering, maar een WIA-uitkering van 70% van mijn laatstverdiende loon. Bovendien zou ik na drie jaar terugvallen naar een vervolguitkering van 70% van het minimumloon.

En hoeveel zou ik ZO en MO de komende jaren hebben verdiend met mijn eigen bedrijf? Wat was een reële verwachting op basis van mijn jaarcijfers?

Mijn belangenbehartiger schakelde externe rekenmeesters in om alles precies te becijferen. Daarmee ging ze de onderhandelingen in met de verzekeraar.

Dat was het begin van een grande finale waar ik gelukkig alleen op afstand mee te maken had. De verzekeraar probeerde nog te knabbelen aan de wet van oorzaak en gevolg: had het ongeluk wel echt zulke ingrijpende gevolgen gehad? Was er wel echt een medische oorzaak aangetoond voor mijn problemen met functioneren? De medisch adviseur van de verzekeraar vond dat ik eigenlijk nogmaals moest worden onderzocht. Alles werd uit de kast gehaald  – inclusief vertragingstactieken – om het letselschadeproces nog niet te hoeven afronden en dus nog niet te hoeven betalen.

Ik lag nachten wakker bij het idee dat ik opnieuw een onderzoekstraject in zou moeten. Dat kon ik echt niet meer opbrengen, ik raakte er bijna van in paniek.

Gelukkig liet mijn ervaren onderhandelaar zich niet van de wijs brengen. Ze benadrukte dat er sowieso in juridische zin een causaal verband bestond tussen het ongeluk en mijn schade, dus het was niet relevant om mij opnieuw te onderzoeken. Ik functioneerde immers normaal tot het moment van het ongeluk, terwijl mijn leven daarna acuut en ingrijpend was veranderd.

De verzekeraar ging morrend akkoord en toen was het klaar.

Na ondertekening van de vaststellingsovereenkomst had ik binnen enkele weken de schadevergoeding op mijn bankrekening staan. Er viel een gigantische last van me af, al kon ik nog bijna niet geloven dat er een eind was gekomen aan mijn rit van bijna vier jaar in een emotionele achtbaan.

De schadevergoeding was vrijgesteld van inkomstenbelasting, maar niet van vermogensbelasting (box 3). Dat vind ik nog steeds onrechtvaardig, het gaat immers niet om een leuk spaarcentje, maar om een schadevergoeding ter compensatie van verlies aan inkomen. Hopelijk wordt voor verkeersslachtoffers de Belastingwet nog eens veranderd.

Eindelijk kon ik me gaan richten op mijn nieuwe leven en daar het beste van maken. En ik kon stap voor stap verder gaan werken aan mijn boek over de gebeurtenissen sinds het ongeluk.